WAT HOUDT HET HUMANISME IN?

WAT HOUDT HUMANISME IN?
Wat houdt humanisme in? Volgens de neutraal geachte van Dale, in het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal (elfde herziene druk) – Humaan, staat voor “menslievend, welwillend, vriendelijk en zorgzaam.”
Wat zegt het Humanistisch Verbond hier zelf over? Meteen op hun site kan men vinden: “In het humanisme zitten twee betekenissen vervat namelijk, menselijke waardigheid en het streven naar menselijkheid.” Iets verder kan men lezen: “Menselijke waardigheid is zowel voor het individu als voor de samenleving belangrijk.”
Het zijn (volgens mij) universele grondbeginselen die in wezen ieder mens zullen aanspreken. Populair gezegd: het lijkt op een open deur intrappen.
In de afgelopen jaren werd ik door mijn beroep zo af en toe genoodzaakt de doorgang van die deur bij de humanisten te testen op de kernbegrippen: menslievend, menselijke waardigheid, vriendelijkheid en nog wat verbaal getetter in die richting. Een groepje tv-producenten, waartoe ik ook behoorde, kwam wel eens met een format op de proppen, waarvan velen meenden: “Dat is nu echt iets voor de Humanistische Omroep.”
In grote trekken wisten we wel aan wie we iets aanboden. Ervaring en gevoel lieten ons niet een item, waarin seks en schaars geklede personen in zouden kunnen voorkomen naar de KRO, afdeling RKK, ter beoordeling zenden. (Achteraf, met de kennis van nu, blijkt dat een misser van jewelste te zijn geweest.) Hoe het ook zij, een uitzendgemachtigde reageerde altijd. Hoe zat het met de Humanistische Omroep? Gewoonlijk huldigde die zich in oorverdovende zwijgen. De open deur der welwillende vriendelijkheid zat potdicht, met daarop bevestigd het bordje: niet storen, uitzending. Natuurlijk was er wel eens iemand die daarop de telefoon vatte en vroeg of het format goed was ontvangen en aandacht zou krijgen. Om die vraag af te buigen in oneindige verten, noemde de redactieassistente een persoon die het script onder handen had. Die man bleek te bestaan, maar fysiek nooit aantrefbaar. Dat gold overigens ook voor lieden die bij producenten wel bekend waren. Een paar keer hebben pestkoppen uit onze gelederen gevraagd het script terug te zenden, maar dat bleek niet uitvoerbaar omdat niemand wist waar het was gebleven. Zo open was de humanistische deur, de ingang was heel menslievend dichtgetimmerd. Veel documentaire producties kwamen uiteindelijk met zeer goede mediarecensies terecht bij de documentaire afdeling van de KRO en de NCRV. Ere wie ere toekomt! Het waren die twee omroepen die warme, humane, sociaal getinte documentaire programma’s dicht bij de mensen brachten. (Voor de volledigheid moet gemeld worden dat de toenmalige NTS en zelfs de TROS ook wel eens verrassend uit de bus kwamen.) Die uitzendgemachtigden hadden oog en oor voor wat de Humanistische Omroep ongenaakbaar liet liggen: voor die omroep bestond en bestaat humanisme uit documentaires voor de elite. De NRC is er dol op. Wat heeft de man en de vrouw op straat aan uitwijdingen over Socrates, Epicurus, Erasmus, Immanuel Kant, Multatulie, Paul Sarte? Die vraag mag u zelf invullen. ( Ooit was dit voer voor Teleac) Ach, ik vergeet nog twee hedendaagse dicht bij het volk staande figuren. Er worden ook documentaires gewijd aan o.a. Elco Brinkman en Bernard Wientjes.
De Humanistisch Omroep zou een cursus moeten volgen: Wat is humanisme voor Henk en Ingrid en hun opgroeiende kinderen met betrekking tot hun hedendaagse bestaan? Hun levenswijze en omstandigheden worden zeer onvoldoende begrepen en belicht in hun uitzendingen. Programma’s die belangstelling opwekken voor de medemens komen mijn inziens meer uit de koker van de KRO en NCRV. Dat moet ik als atheïst erkennen. VARA en AVRO voegen in het zendpakket sociaal gezien weinig intermenselijks toe. Wat echt nodig is? Ware humanistische televisie. Van mens tot mens, daar worden mensen menselijker van.

Hans Louis Koekoek

Column

Mijn dochter stuurde mij een kaart met de volgende tekst:
“God is even bezig, kan ik u helpen?”
Het frappante is dat dat aanbod een kern van realiteit in zich bergt. De offerte: “Kan ik u helpen?” kan door de voortschrijdende wetenschap mogelijk ooit gerealiseerd worden.

Vrij recent woonde ik een lezing bij van een jonge zojuist gepromoveerde neurobioloog. De doctor had na vertoning van kleurrijke beelden via zijn laptop en beamer, ook een stel hersenen geëtaleerd. Met een Chinees eetstokje markeerde hij een plekje aan beide zijkanten van de hersenen, net even achter de slaap gelegen. Uit een fantoomafbeelding nam hij een brokje hersens ter grootte van een ovale aardappel. “Dit”, zei hij: “is de temporaalkwab, maar wij neurobiologen spreken ook vaak over de relikwab. Wat blijkt, plaatsen we een elektromagneet gevoed door een wisselstroom van een bepaalde frequentie op de buitenzijde van de schedel ter hoogte van de temporaalkwab, dan krijgt die persoon – als hij er gevoelig voor is – een religieuze of mystieke ervaring. De proefpersoon meent kennis te maken met een oneindig spectrum waar het goed toeven is. De ene persoon is daar overigens gevoeliger voor dan de andere.” De wetenschapper meldde voorts dat dit fenomeen bekend is bij neurowetenschappers.

Na afloop van de lezing kon ik het niet nalaten hem het volgende te vragen: “Kent u veel neurowetenschapper?” Zijn antwoord was bevestigend. “Zijn daar wetenschappers onder die volhouden dat de wereld in 6 dagen is geschapen?” Tot mijn ontsteltenis zei hij: “Ja, zeker, die zijn er!” “Onbegrijpelijk,” liet ik me ontvallen. “Geheel met u eens,” zei hij.

Het idee: sensaties opwekken door middel van elektromagnetische inductie, is me niet helemaal vreemd. Mijn primaire opleiding is elektronica en wetende dat de hersenen op chemische elektrische impulsen draaien kan ik me voorstellen dat inductie de hersenwerking kan beïnvloeden/vertoren.
Religieuze/mystieke ervaring door magnetische inductie! Niet door een Hogere Macht… maar door een magneetspoel? Wie en wat zijn wij mensen dan? Zijn we zo beïnvloedbaar?
De beroemde neurochirurg Michael Persinger experimenteerde met een motorhelm (de zogenaamde Godshelm) met ingebouwde magneetspoelen. Proefpersonen kregen de helm opgedrukt en warempel sommigen meenden god ontmoet te hebben of buitenzinnelijke gewaarwordingen te hebben gehad. Anderen hadden geen mystieke ervaringen, maar voelden zich wel tot rust komen.
Persinger zelf bleef nuchter en zei: “Mystieke ervaring is één van de grootste raadsels van de geest.” Meer kreten uit de wereld van neuro-wetenschappers: “Woont god in onze hersenen? Zijn onze hersenen god? Hebben we een vrijwel wil? Heeft god ons geschapen, of hebben onze hersens hem geschapen? Hoe functioneert ons bewustzijn?”

Al een tijd lang probeer ik (de schrijver) de wereld van het neuro-onderzoek te volgen. Aanvankelijke heerste daar een hieppiephoera-stemming. De resultaten van de jongste met technologisch gevorderde technieken vervaardigde scanners liegen er niet om. Men kan in de hersens van levende personen kijken. Daar hoeft men niet meer dood voor te zijn. Zichtbaar is wat de diverse hersenpartjes doen! Veel geheimen zijn ontsluierd. De thalamus, het cerebellum, de paritaalkwab, de hippocamps, het claustrum noem maar op, de hersenwetenschapper weet wat ze uitvoeren!
Is daarmee ons denken verklaard. Néé! Ons bewustzijn? Zeker niet. Zal dat ooit lukken? Die kans zit erin! Wat nu onderzocht moet worden is de samenwerking van al die hersenonderdelen.

Noot van een verouderde elektronicus: Je kunt een radio uit elkaar halen en ieder onderdeel doorgronden. Maar om de werking van een radio te begrijpen, moet je naast kennis van het onderdeel, vooral weten hoe die onderdelen samenwerken en daarmee een radio vormen. Dat geldt ook voor de hersenen, als we begrijpen hoe alle onderdelen samen werken, krijgen we zicht op wie we zijn, en kennis van religie en bewustzijn.

Hans Louis Koekoek

SPOORLOOS

Als schrijver mijd ik de derde persoon, de ik-vorm dus. In dit geval maak ik een uitzondering. Iedereen is vrij om van deze geschiedenis kennis nemen. Daarnaast, ontkennen genereert alleen maar ongewenste publiciteit. Als je geschoren wordt moet je stilzitten, zegt men vaak. Goed, ik ga er vanuit dat men deze inleiding accepteert.

Het was een normale werkdag toen de telefoon bliepte. Een fris vrouwengeluid kwam uit het toestel. Ze deelde mee dat ze een respectvolle landelijke omroeporganisatie vertegenwoordigde.
“U bent de heer Koekoek?”
Ik beaamde het.
“U bent ook de filmer, Hans Koekoek?”
Ik beaamde weer.
“Mooi, dan heb ik de juiste persoon aan de lijn.”
“U zegt het,” reageerde ik.
Heel even was het stil aan de andere kant, met een zuchtje hervatte de stem: “Als u ons programma kent, weet u dat wij mensen trachten op te sporen naar wie gezocht wordt. Er wordt naarstig naar u gezocht.”
“Dat lijkt mij sterk.”
“U hebt omstreeks 1985 in Afrika, Tanzania, gefilmd in een hospitaal.”
“Dat klopt. Ik had een opdracht van een non-profit organisatie om een promo te maken over hun werkzaamheden in de derde wereld.”
“U zegt, u filmde in een hospitaal? Volgens onze gegevens bent u kriskras door dat land gereisd. We hebben op de meest afgelegen streken sporen van uw verblijf kunnen vaststellen.”
“Dat kan wel kloppen. Vanuit zo’n hospitaal vertrekken mobiele medische teams die in moeilijk toegankelijke gebieden hulp verlenen. Ze hebben medicijnen bij zich tegen vooral lepra en tuberculose. Met de juiste medicijnen zijn die ziekten goed terug te dringen. Ook verrichtten ze in de bush-bush kleine chirurgische ingrepen. Dat pik je als filmer mee, dat zijn de krenten.”
“Op die manier! Hoelang heeft u in Tanzania vertoefd?”
“Circa 2 maanden.”
“Dat is dunk me een lange tijd. Had u tijd ten over?”
“Nee, absoluut niet. Wat ik me herinner, was het flink aanpezen. In die tijd, zo’n goeie twintig, vijfentwintig jaar geleden dus, was er nauwelijks sprake van infrastructuur. Over honderd kilometer deed je een hele dag, soms moesten we de landrover uit om met man en macht een gat in de weg te dempen. Als je dan laat in de avond bij die bewuste kraal arriveerde had je die dag nauwelijks gefilmd. Daarnaast de mensen die je bezocht waren dol op de afwisseling die ons bezoek met zich meebracht, ze hunkerden naar een verzetje. Ze drongen eropaan om met ons hun zelf gebrouwen inlandse rum te drinken en te feesten op de kennismaking. Ik weet niet hoe het nu is, maar toen kreeg je geen snelheid in die lui. De dag erna lagen ze allemaal voor Pampus tussen de struiken. Als ze bijkwamen wilden ze weer feesten, omdat het eerste feest zo leuk was geweest. Wat leuk is blijf je doen, wil je herhalen. Ze leefden bij het moment en ze waren voortdurend op zoek naar het meest plezierige moment. Wij westerlingen kunnen veel van ze leren. Is er een mogelijkheid tot vermaak, dan grijp je die aan. Treuren kan altijd nog.”
“Ja, ja, zodoende dus.”
“Hoe bedoelt u dat? Ik bespeur een cynisch ondertoon.”
“Hoe bedoel ik dat? Is het tot u doorgedrongen dat onze programmaformule onder meer inhoudt gezochte mensen waar ook ter wereld op te sporen. Het kan gaan om een tweeling die elkaar uit het oog heeft verloren, maar ook om kinderen die een ouder zoeken, in uw geval: de vader.”
“In mijn geval de vader? Is dat een verdachtmaking? Waar slaat die onzin op?”
“Het is zeker geen onzin en ook geen verdachtmaking. Inlandse rum, feesten en nog eens feesten, een leuke blanke man zag ik op een foto van u uit die tijd. Dat wil wel!”
“Zeg hou es even op, als je zo doorgaat breek ik dit gesprek af.”
“Meneer Koekoek, Hans! Je hebt kinderen in Afrika rondlopen en die willen eindelijk hun vader wel eens zien. Punt uit!”
“Nou, dat lijkt me sterk, maar als het zo is, dan wil ik die kinderen op mijn beurt ook wel eens zien. Lijken ze op me?”
“Als je de foto’s vergelijkt herken je wel gelaatstrekken, maar het blijft moeilijk de huidkleur verschilt nogal.”
“Het blijft natuurlijk pure Afrikaanse import. Of niet?”
“Hans, dit is geen grap. Daar is ook export aan voorafgegaan. Je hebt echt kinderen in Tanzania. Nogmaals, ze willen hun vader zien.”
“Nou, oké! Ik zou zeggen, laat ze maar komen.”
“Daarom neem ik contact met je op. Je wilt ze ontmoeten?”
“Anders zou ik het niet zeggen.”
“Wel, dat komt fantastisch uit. Ik bel je mobiel en sta niet ver van je huis. Ben je er op voorbereid? Zijn we écht welkom?”
“We?”
“Ja, met we bedoel ik het opnameteam en natuurlijk ook de kinderen. Ze zijn er allemaal! Speciaal ingevlogen voor ons programma.”
“Nou, ik merk het wel.”
“Dat zul je zeker! We komen er aan!”

Ik wachtte de gebeurtenissen af. Mij maakten ze niet gek. Met mij viel niet te stunten in een of ander komisch tv-programma. Eerst zien, dan pas geloven. Wel hoorde ik een zwaar dreunend geluid aanzwellen alsof een flinke vrachtwagen voor mijn huisdeur moeizaam parkeerde. Remmen piepten. Het zware motorgeluid viel stil, kennelijk had de chauffeur de motor afgezet. Vrijwel meteen galmde de huisbel. Licht bedremmeld, maar toch ook wel moedig, opende ik de buitendeur.
Ik wist niet wat ik zag en hoe ik het had! Een autobus afgeladen met opgewonden Afrikaanse jongeren stond half over de stoep. Het was een evenwichtige mix van jonge mannen en vrouwen. De bus bleef ze maar uitspuwen, de doorloop op het trottoir raakte volledig geblokkeerd. Hoeveel waren het? Heel veel!
Verdomd, afgezien van hun huidskleur, zag ik opmerkelijk duidelijk mijn gelaatstrekken bij hen terug. Ze begonnen spontaan te juichen toen ze me in het oog kregen. Massaal stormden ze toe en vielen in mijn armen. Het had alle kenmerken van een feestelijke overrompeling.
“Daddy, Daddy! What nice to see you!” riepen ze.
“Habari! Habari!” riep ik. “Mesjoerie Sana!” Dat waren de enige klanken die ik nog van het Swahili in mijn hoofd had zitten. Wat het betekende wist ik niet meer precies maar het viel goed merkte ik.
“Let’s make fun.” Klonk van alle kanten.
Ik voelde kluwen handen mij omstrengelen. Mijn neus prikkelde van de vergeten maar meteen te herkennen geur van zelf gebrouwen inlandse rum. Hadden ze het meegenomen, of hing het nog in hun kleren? Nee, ik zag een paar kruiken van hand tot hand gaan. Het was me ogenblikkelijk duidelijk, ze hadden meteen door dat er alle aanleiding bestond voor een spetterend, gigantisch feest. Al was de helft dan door export ontstaan, ze hadden de roots van hun thuisland ruimschoots behouden. Hun overwegend bruine ogen schitterden en glansden. Wat een leuke, geinige mensen! Vooral die meiden, jammer dat ik hun vader was.

EEN STADSBANK IN HILVERSUM OP KOEKOEKLAAN VOOR DE SCHRIJVER HANS KOEKOEK

De gemeenteraad van Hilversum heeft uit erkentelijkheid voor zijn culturele bijdrage, op de Koekoeklaan ( zie foto) een stadsbank voor de schrijver Hans Koekoek geplaatst. De VVD was de partij die het idee gestalte gaf: een schrijver die zoveel poen met zijn boeken verdient moet je in eren houden. Het CDA ging mokkend akkoord, de partij is dat gewend en weet eigenlijk niet beter. Ook de Partij van de Arbeid zag wel iets in het plan, maar er waren toch wel veel opposanten. Over wiens rug ging het weer? Natuurlijk over die van de hardwerkende genaaide arbeider. GroenLinks was furieus tegen, ze noemden het: milieuverontreiniging, te veel uitstoot. D66 hield zich aan de klare bekende omstandigheden: ze hadden geen hanteerbare mening. De kleine Christelijke Partijen werden gek van het onzalige idee: die vreselijke atheïst! Dat nooit! Al met al, 3 stemmen te kort voor uitvoering van het plan. Laat nu de PVV volledig achter het idee staan en zaak rondtrekken. Wilders zelf sprak de hoop uit dat asielzoekers geen gebruik van deze waardevolle bank zullen maken. Echt een straatverbod voor de Koekoeklaan voor niet Nederlanders was helaas wettelijk niet mogelijk.

NBD BIBLION

Recensie van Biblion Den Haag

Graswandelen van Hans Koekoek EAN 9789080764910

Het vertederende verhaal van een oudere vader en zijn jonge kind.
Vader is 56, moeder 38 als zoon Nathan wordt geboren. Vanaf dat moment houdt cameraman en schrijver Hans koekoek een dagboek bij dat in deel 1 eindigt als de zoon 10 jaar is en in het aanvullende opgenomen tweede deel als hij 20 jaar wordt. Goed voor veel schaterend gelach en herkenning. Aanbevolen.

ISRAEL

ISRAEL

Ooit had ik het genoegen twee keer als cineast in Israël aan een productie te werken. Een item behelsde de landbouw en vooral de watervoorziening. Het andere subject handelde over de rots Massada. Op die berg had een groep Joden omstreeks 70 na Christus zich teruggetrokken om de Romeinse onderdrukkers zoveel mogelijk te weerstaan. Het lukte het Romeinse Legioen aanvankelijk niet om de rots in te nemen en de joden te doden of te verdrijven. Na drie jaar belegering lukte het tenslotte, men kon echter geen enkele jood gevangennemen. Collectief had men zelfmoord gepleegd. De Romeinen voelden geen glorie, wel respect. Massada kreeg daarmee een joodse symboolfunctie. Israëlische militairen leggen om die reden vaak de eed af op die berg.

In die periode dat ik er filmde, omstreeks 1980, was er veel optimisme, vriendelijkheid en humor onder de mensen te bespeuren. Grapjes gingen er in als koek. Ik dacht toen nog als cabaretier kun je hier niet mislukken.

Zeer recent heb ik Israël weer bezocht en vond niet terug wat ik toen ervoer. De mensen of het nu joden of Arabieren waren, waren in zichzelf gekeerd. Als je groette was het een unicum als je een knikje terugkreeg. Het optimisme was bij beide bevolkingsgroepen verdwenen. Joodse soldaten die ik sprak meenden dat er geen oplossing voor handen was. Het zou zo, zover men kon zien, blijven zo als het was.

Als je als nuchtere buitenstaander de conflicten op je in laat werken, moet je concluderen dat een belangrijk deel van de ellende in de godsdienst schuilt. Iedere partij doet niet anders dan alle ‘Heilige Plaatsen’ opeisen. Joden en Palestijnen doen niet voor elkaar onder.

Waar Mohammed zich ooit ophield is nu de plek Heilig en vanzelfsprekend Palestijns grondgebied. Waar Mozes of Abraham ronddoolden is het met een andere blik op de religieuze historie evenzeer Heilig en het joodse territorium onbetwistbaar. Dat de ‘Heren’ zo’n beetje qua grondgebied elkaar veelvuldig overlapten is een probleem. Wie heeft gelijk? “Ik,” zegt de jood. “Nee,” zegt de Palestijn, “ik.” Conclusie: als er geen godsdiensten bestonden laaiden de emoties minder hoog op en kon er in alle redelijkheid een diplomatieke –oplossing gecreëerd worden. Want hoe vreemd het ook moge klinken: joden en Palestijnen zijn broedervolken. Wie meteen een jood en een Palestijn, optisch gezien, uit elkaar kan houden, is zeer knap.

Of god nu wel of niet bestaat is in de praktijk van alledag niet zo tastbaar. Misschien is god er wel, misschien ook niet, maar als hij bestaat weet hij zich aardig in toom te houden. Dit in tegenstelling tot die zogenaamde gelovigen met hun unieke godsdiensten, wat bezorgen zij de mensen een nooit ophoudend onheil. Het eisenpakket van de ‘gelovigen’ is complexer dan god in de verste verten op zijn verlanglijstje heeft staan. Neem nu de Tempelberg in Jeruzalem, een Heilige plaats voor joden, christenen en moslims. Het vormt de berg tot een belangrijke religieuze twistbron/tijdbom in het Midden-Oosten.

De Israëlische soldaten die ik sprak hebben gelijk: er is geen uitzicht op vrede. Vrede komt er pas als de gelovigen niet voor hun beurt spreken en het aan god zelf overlaten. Komt er dan nog steeds niets positiefs uit, dan kun je ook de Heilige plaatsen afschaffen. In het afschaffen van Heilige plaatsen, schuilt de kiem van vrede.

Hans Louis Koekoek

Lezers paradijs PARADISO Amsterdam

Zondag 4 december 2011 is er weer een beurs voor kleine uitgevers en schrijvers in Paradiso. Hoewel ik een kleine uitgever ben, voel ik me geen kleine schrijver. Dat mag ik zeggen na ongeveer 35 publicaties. Wil je me ontmoeten kom naar Paradiso, ik heb er een kraam gekregen. Ik sta er met mijn laatste 10 titels, tegen beurskorting!